De Marathon van Chicago : ‘Free hugs for runners’
From a struggling road race of 4,200 runners in 1977 to a world class event with a record 45,000 registered participants, the Bank of America Chicago Marathon has come a long way.
Zondag 11 oktober 2009 – 5u30. Weinig geslapen. Da’s normaal de nacht voor een marathon, dus maak ik mij niet ongerust. Rudy en Nadine voorzien ons appartement al van nerveus lawaai. Eén blik buiten stelt ons gerust : geen gietende regen, wel een helderblauwe hemel, alleen ook ‘berenkoud’.
Ik verplicht mezelf een koffie te drinken met een toast waar de confituur van afdruipt (suiker, remember). Nadine eet er taterend op los en Rudy propt zich vol met koffie en energy-bars. Het idee alleen al. Elke loper heeft zijn eigen getrouwe gewoontes waarvan hij niet afwijkt, tot het dragen van steeds dezelfde versleten short toe.
Gewapend met muts, wanten, extra dikke pull trekken we de kou door : 35,6 graden F (2°C ! ). Via de underground sporen we richting startzone, tussendoor drinkend van Rudy’s zelfgemaakte fluo-gekleurde energydrank; hij zorgt goed voor ons. Snel nog een poepsjiek hotel binnen om incognito een toiletbezoek te brengen en op te warmen.
Aan de start is de sfeer enorm, van alle kanten stromen lopers en supporters toe. En dan nemen ze afscheid van mekaar en hoor je : ‘Meet you at the finish’, ‘Go for it, you can do it’, ‘I’ll stand at mile 20’, … We krijgen nog een aantal laatste, bemoedigende sms-jes van het supporterende thuisfront. Onze privé-supporters, Karen en Jo, staan straks langs de weg voor ons : eerste afspraak op 16 km, aan de rechterkant, gewapend met 2 Belgische vlaggetjes.
Ter hoogte van de ‘pacers’ met als finishing time 4u30 zetten we ons in de startzone. 4u30, da ’s Nadine’s persoonlijke doelstelling. ‘Start me up’ van The Stones, ‘Run to you’ van Brain Adams en, niet te missen, ook The Star-Spangled Banner, het Amerikaanse volkslied, ‘maakt de lopers warm’. Kippenvelmomenten, gevolgd door het verlossende startschot om 7u30. We mogen lopen, eindelijk lopen!
Meer dan 40.000 marathonrunners door de brede lanen richting finish en miljoenen uitbundige supporters langs de weg. Claustrofobisch bijna, die massa, en toch een ongelofelijk gevoel van vrijheid. Want hier keken we zo naar uit : 42 km ‘lopen’ – door het architecturale Chicago.
We blijven gedurende 1 uur samen en dan trekt Nadine zich los voor de pacer ballon voor 4u30. We roepen haar na : ‘Komaan, ga ervoor, maske, we zien u aan de finish’.
Wat later, op 10 miles, zie je ze van ver staan : Karen en Jo, met hun Belgische vlag. Zalig gevoel : 2 supporters, heel speciaal voor ons – te voet en per metro, wervelend door deze miljoenenstad. Rudy en ik spraken af om tot hier samen te lopen en hij versnelt. Zelfde scenario : ‘Good luck maat, wees voorzichtig en vooral : blijven lopen!’
Ik loop nu als laatste van ons drie en ga heel relax verder, je eigen ding doen, jezelf zijn, je eigen tempo, ’t is heel belangrijk. Na 20 km, 3 plaspauzes en weer een volle blaas, neem ik me voor vanaf nu niet meer te stoppen en volle afleiding te zoeken. Ik wil echt geen tijd meer verliezen en stel mij in op 4u45. Bijna halfweg, geen last van mijn rug en een behoorlijk reservegevoel doen mij beseffen dat ik deze marathon uitloop.
Onderweg soupeer ik al mijn bevoorrading op. Alle drank- en eetposten langs de baan doe ik aan, energie opnemen. Inclusief de walgelijke gels – gepromoot door Rudy – je weet nooit waar ’t goed voor is.
De supporters en ook de vrijwilligers zijn mijn heroes. Zonder deze mensen loop ik een marathon niet uit. De joelende massa stuwt je vooruit, ’t is hallucinant. Het ‘overacting’ Amerikaanse enthousiasme stoort vandaag eens helemaal niet. ’t Is wederzijds respect : supporters voor de lopers en de lopers voor de supporters.
Een bloemlezing van de supportersborden onderweg : ‘You’re so cute, you’re gonna make it’ – ‘Runners have balls, other sportsmen play with balls’ – ‘Free hugs for runners’ – ‘Free beer at the finish’ - ‘Run like a thief who just stole something’ – wat een creativiteit. En geloof ‘t maar : het werkt echt.
De talrijke muziekbands langsheen het parcours geven impulsen en stemmen je vrolijk tussen de momenten van pure concentratie, want ook die zijn er. Vooruitkijkend, blik op oneindig en verstand op nul, doorbijten. Iemand met hetzelfde tempo uit de loopmassa kiezen, op zijn voeten fixeren en blijven volgen.
Km 35, voor een tweede keer : Karen en Jo. Uitgelaten als een echte Amerikaan loop ik tot bij hen – echt blij hen te zien. Ook zij zijn opgelucht : ‘hun’ 3 lopers zijn gepasseerd met nog reserve. De eindeloze trainingen en uren van huis, werpen hun vruchten af.
Mijn zelfvertrouwen stijgt en stilaan versnel ik, kort daarna loop ik weer op reserve, doseren. Volgens mijn Polar haal ik de 4u45 niet meer. Dan maar zo kort mogelijk daartegen scoren en vooral : blijven lopen.
Na 38 km eet ik de laatste, plakkerige sportgel die mij over de lijn moet halen.
Vele deelnemers stappen intussen en op 40 km neem ik lopend een jonge vrouw bij de hand om haar terug in gang te krijgen. Na een paar minuten los ik haar, steek mijn duim naar haar op en zie haar verder meelopen. Ik hoop echt dat ze tot de finish doorliep.
En dan … een draai van 90° naar rechts en de langverwachte helling waarvoor men ons verwittigde. Niks vergeleken met ons trainingsgebied in het Hallerbos, alleen zo verschrikkelijk zwaar tegen ’t einde hier.
In de verte zie ik bordje ’26’, maar ben even zo van mijn melk dat ik niet meer weet wat er na de komma komt en hoever ’t daarna nog is. Honderden keren gezien onderweg: 26,218 miles en nu niet meer weten, een leeg hoofd. De muziek van mijn I-pod, die ik de 2 laatste uren in mijn oren stak, heb ik nu broodnodig.
Komaan, nu niet stoppen, gewoon even vertragen tot boven, blijven lopen, een draai naar links en daar : FINISH … Yes, Yes, Yes, I dit it ! Again !
Zoals gewoonlijk versnel ik nu : da ’s de adrenaline, naar mijn normen lijk ik wel de Sojoez-raket van De Winne. De chipmat over en stilvallen met tranen die over de wangen rollen, ’t is de emotie. De medaille, heel, welgemeende felicitaties en een dikke kus van een vrijwilliger, al even fier als ikzelf.
4u51, mijn persoonlijk record tot heden. Nadine belde en sms-te al : zij haalde ‘t op 4u32, fantastische tijd, ‘the pacer did a really good job’. En Rudy, die we even later terugvinden bij Karen en Jo, brak ook zijn record : 4u39, super! Doodmoe, maar heel voldaan pakken we elkaar eens goed vast, ten slotte leefden we hier samen naartoe.
Wij liepen deze 42 km helemaal ‘alleen’ en zelf uit.
Toch ook dankzij alle thuisblijvers die ons per GSM en sms steunden voor, tijdens en na onze loopprestatie. En, niet te vergeten, alle enthousiaste Amerikanen en niet-Amerikanen die ons toe riepen : ‘Yes, you can’ …